Willem II: Van kroonprins tot ‘baas in eigen huis’

Voor het eerst sinds 1849 moest in 2021, bij de aanvang van de grote renovatie van het Binnenhof, het staatsieportret van Koning Willem II (1792 – 1849) de plenaire vergaderzaal van de Eerste Kamer verlaten. Dat was nog een flinke uitdagende uitdaging: het schilderij is zo groot dat een raam verwijderd moest worden om het veilig naar buiten te kunnen transporteren. Dat paste de afgebeelde man, want die had bij zijn leven ook zelf voor veel uitdagende ondernemingen gestaan.

Vaderlijke bemoeienissen

Willem was de kleinzoon van de laatste stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die na de inval van de Fransen de Republiek moest verlaten. Willem was toen een driejarig jongetje en moest meevluchten met zijn ouders. Hij spendeerde het grootste deel van zijn jeugd in Berlijn. Pas in 1813; het moment dat de Fransen zich terugtrokken uit de Nederlanden, kon zijn familie terugkeren. Kort na terugkomst betrad zijn vader de troon, en zo werd Willem plotseling kroonprins. Willem was onwennig in zijn nieuwe positie, hij was per slot van rekening niet in de Nederlanden opgegroeid en voelde daardoor een afstand tot het volk. Ook bracht zijn troonopvolgerschap allerlei verplichtingen met zich mee en, wat erger was, vaderlijke bemoeienissen met de inrichting van zijn jonge leven. De vrijheidslievende Willem was bepaald niet blij met zijn nieuwe rol.

Langzaam vond Willem zijn draai in de nieuwe positie. Vooral in de Zuidelijke Nederlanden had hij het naar zijn zin. Het zat hem dan ook dwars dat het juist de zuidelijke provincies waren die in opstand kwamen tegen het koninkrijk en onafhankelijkheid eisten. De ontwikkelingen hadden tot gevolg dat de machtspositie van de koning werd ingeperkt en daarmee kon koning Willem I geen vrede hebben: hij trad af. Het was aan zijn zoon om koning Willem II te worden en die had, nu hij niet langer een bevoogde troonopvolger maar ’baas in eigen huis’ was, geen last meer van de hem eerder zo beperkende omstandigheden aan het hof. Het Nederlandse volk was trouwens blij met de nieuwe koning: Willems populariteit was heel wat groter dan die van zijn vader.

Recept voor slechte gezondheid

Al snel bleken de grondwetswijzigingen van 1840, die van na de afscheiding van de Belgen, onvoldoende en groeide in Nederland het verlangen naar vergaande veranderingen. Willem II moest niets hebben van deze vernieuwingsdrang en probeerde zich behendig om alle verzoeken en pleidooien daartoe heen te manoeuvreren. Dit lukte de charmante koning aardig, ware het niet dat hij te maken kreeg met onvermurwbaar doorzettende politici zoals Johan Rudolph Thorbecke en Dirk Donker Curtius. De een hoogleraar recht, de ander advocaat, schroomden niet om hun liberale gedachtengoed onder de bevolking uit te dragen en de koning onder druk te zetten. Er moesten flinke hervormingen worden doorgevoerd. De beide heren, die elkaar overigens niet echt mochten, onder andere omdat hun opvattingen over liberalisme soms ver uiteenliepen, werden bij het behalen van hun doel geholpen door de heersende onrust in Nederland, een dreiging van revolutie vanuit het buitenland, en bovendien door het karakter van Willem zelf. Want overal waar de koning kwam leken schandalen hem te volgen. Die verzwakten zijn onderhandelingspositie en dat in een tijd, dat het hem steeds duidelijker werd dat hij moest meebuigen om het volk te vriend te houden. 

De grondwetswijziging van 1848 kwam er, vooral door toedoen van Donker Curtius ook al was het Thorbecke die met de eer ging strijken. Een van de consequenties was dat koning Willem II geen zeggenschap meer had over wie er tot lid van de Eerste Kamer werd benoemd. Niet alleen zijn politieke macht was hem afgenomen, ook de relatie met zoon Willem, de troonopvolger, verslechterde als gevolg van de nieuwe grondwet. Dit alles zal niet hebben bijgedragen aan de gezondheid van de koning, die na 1848 snel achteruitging. Op 17 maart 1849 overleed Willem II.

Portret van koning Willem II. J.A. Kruseman (1804 – 1862), 1848. Collectie · Eerste Kamer der Staten-Generaal, Binnenhof, Den Haag.

Het staatsieportret

De tengere man die staat afgebeeld is zichtbaar gesteld op zijn machtspositie. In een decor waarin het vorstelijk rood als kleur overheerst, staat Willem, behangen met indrukwekkende medailles en omringd door symbolen van zijn koningschap, macht uit te stralen. Zijn werkelijke macht mag dan wel beperkter zijn dan hij eigenlijk wil, dat wil niet zeggen dat hij over zich laat lopen, zie hoe hij daar staat, een man om terdege rekening mee te houden, een ouderwetse vorst, een echte vorst. Met de woorden: ‘Ik kan niet bij u komen, daarom wil ik u mijn portret geven, dan ben ik altijd bij u’, schenkt Willem II het portret aan de Eerste Kamer. Symbolisch gezien houdt Willem dus wel degelijk daar in de vergaderzaal nog een oogje in het zeil.

Afscheid van zijn vertrouwde huiselijke omgeving

Op 21 december 2021 raakte koning Willem II alsnog het toezicht kwijt over de werkzaamheden van de Eerste Kamer. Zijn (letterlijk en figuurlijk zwaarwegend) portret werd door professionele kunstverhuizers uit zijn lijst gehaald, kundig verpakt en horizontaal uit het pand vervoerd naar een kunstdepot. Daar wordt het tijdens de werkzaamheden in de plenaire zaal veilig en in een stabiel klimaat bewaard. De Eerste Kamer heeft besloten om het complexe proces van een volledige restauratie van het grote portret en de eveneens imposante lijst te starten. Dat zal komende jaren worden uitgevoerd door een professionele schilderijen- en lijstenrestaurator. Als de renovatie van het Binnenhof is voltooid, komt ook Willem II weer terug op zijn vertrouwde plek.


Blijf op de hoogte van het laatste nieuws uit het Binnenhof en mis niets van de historische actualiteit!

We sturen je geen spam! Lees ons privacybeleid voor meer informatie.