“Ik sprong een gat in de lucht, een droom kwam uit”

Architect Pi de Bruijn vertelt nog steeds enthousiast over het moment dat hij in 2019 als architect voor het Tweede Kamergebouw en als algemeen adviserend architect voor de rest van het Binnenhof wordt benoemd. Hij had de eerste grote verbouwing van het Binnenhof in 1992 gerealiseerd en het was logisch dat hij deze renovatie opdracht ook zou krijgen. Het ging tenslotte vooral om vernieuwing van de technische installaties, die volgens de Kamer sober en doelmatig moest worden uitgevoerd.

Auteur | Ferry Mingelen / Artist impressions | Absent Matter

Maar zo logisch was dat niet. Toenmalig directeur van het Rijksvastgoedbedrijf Pieter Dijckmeester had iets meer ambitie: “We wilden de generatie van nu kans geven iets te doen met deze superbelangrijke plek. Iets van zichzelf achter te laten van de 20e- of 21e-eeuw”. In zijn ogen was Pi de Bruijn toch te veel een man van de vorige generatie. Hij koos daarom aanvankelijk de vooraanstaande moderne architect Ellen van Loon. Toen hij dat hoorde had Pi volgens intimi tranen in zijn ogen. “Dat klopt, ik vond het zeer onaangenaam en ik begreep het ook niet”.  

Geliefd gebouw

De Kamer begreep het uiteindelijk ook niet. Van Loon tekende een vergaande herindeling van het Kamergebouw. De plannen moesten van hogerhand lang geheim blijven, maar toen ze uitlekten was het Binnenhof te klein. Zulke ingrepen had de Kamer niet bedoeld, dit was allesbehalve sober. Steen des aanstoots werd een bescheiden stukje groen langs de rand van het gebouw, dat in de verhitte discussie ineens tot tropische kantoortuin werd gepromoveerd. Ellen van Loon kon vertrekken, ze kreeg 2,7 miljoen mee voor haar inspanning. 

En toen kwam de droom van Pi de Bruijn toch uit, hij kreeg alsnog de opdracht: “De hele aanpak was onhandig, daar heb ik van geprofiteerd. De Kamer had zich er te weinig mee bemoeid, en toen de plannen uitlekten waren ze ongenadig kwaad. Ze hebben toen die tropische tuin als een politiek slippery deurmatje aangegrepen. De plannen van Van Loon waren te rigoureus, daar had niemand om gevraagd. Het is een geliefd gebouw. Dat moet je koesteren. We proberen zoveel mogelijk het gebouw het gebouw te laten”.

Het voorlopig ontwerp van het entreegebouw van Pi de Bruijn / de Architekten Cie. heeft een lichte en transparante vormgeving. 

Brede waardering

Bij de renovatie van het Binnenhof botsten met De Bruijn en Van Loon in feite twee stromingen in architectenland. Van Loon behoort tot de modernistische stroming die uitgaat van vernieuwing met simpele strakke vormgeving en de meer contextuele benadering van De Bruijn, waarin verschillende bouwstijlen worden gecombineerd. De Bruijn: “Ik was als jong architect ook een uitgesproken modernist, een echte believer, maar die stijl is niet altijd even gebruiksvriendelijk. Ik begon in de Bijlmer met die grote overzichtelijke huizenblokken van 9 verdiepingen hoog en flats zonder enige variatie. Maar Ik zag daar ook dat de bewoners daar niet altijd blij mee waren. Ik woonde met mijn gezin en twee kleine kinderen op de 8e verdieping. En als de liften te vaak kapot zijn en je met twee kinderen 9 etages omhoog moet, dan merk je dat het ontwerp toch minder handig is”.

In 1979 wint Pi de prijsvraag voor de eerste nieuwbouw en renovatie van de oude Tweede Kamer. Hij krijgt brede waardering voor zijn ontwerp.” Ik had toen al het talent goed te kunnen luisteren, meer dan collega’s had ik begrepen waar het om gaat in de Kamer. Ik kan dat zelf niet zomaar in woorden benoemen. Je kan aan Picasso ook niet vragen waarom hij een schilderij zo heeft geschilderd. Kijk maar, en als je het dan nog niet snapt… Noem het architecten-instinct”.

Het bovengrondse deel van de entree aan de Hofplaats is compact opgezet, waardoor op het plein ruimte ontstaat voor groen en een open, uitnodigende ontvangst. De feitelijke entree ligt ondergronds.

Aanhangers van het modernisme

Dat instinct werd door collega-architecten niet gedeeld. Er kwam veel kritiek uit architectenkring, de plannen van Pi de Bruijn waren in hun ogen te behoudend. ‘Maar de aanhangers  van het modernisme hebben’ verloren’, constateerde de prijswinnaar indertijd tevreden. ”Ik wil nu niet meer polariseren, afgunst speelde natuurlijk ook een rol. De architectenwereld is extreem kinnesinnerig als een onbekendere architect een belangrijke opdracht wint. Dat zou ik omgekeerd ook hebben”. 

De grootste veranderingen die hij in 1992 introduceert zijn de nieuwe plenaire vergaderzaal voor de Tweede Kamer en de centrale hal, de Statenpassage, die het gebouw van voor tot achter verbindt. “De oude vergaderzaal was voor de 150 Kamerleden echt te klein, ze moesten met zijn drieën in een krap bankje. De traditionele vakken rechts en links van de Voorzitter pasten ook niet meer bij de verdeling over de partijen. Ik weet het, sommige oud politici, zoals Wiegel, (oud VVD-leider) zijn nog steeds tegen, maar in alle Europese landen, behalve Engeland, zijn de vergaderzalen van het parlement halfrond. 

Net een klein stadje

De nieuwe vergaderzaal blijft dus zoals hij is, maar de belichting wordt verbeterd, dat is een gevoelig onderwerp. “Ja!, die is een doorn in mijn oog. Ik had een poëtische en dramatische sfeer in de plenaire zaal willen hebben. Het is tenslotte het belangrijkste theater in Nederland, een arena, waarin mensen elkaar met woorden bestrijden. Dat is drama. Dat moet niet de bleke belichting van collegezaal hebben, zoals nu. Ik zei dus in 1992 tegen de Kamer: We gaan het podium waar de sprekers staan krachtig in het spotlight zetten en dan de zaal relatief minder hard belicht, in halfduister. Nou, die term halfduister was een fantastische blunder van mij. De Kamerleden eisten dat ze allemaal in beeld kwamen met evenveel licht. De belichting wordt nu veel beter, met groepen lampen die je kan dimmen, daar kunnen ze naar hartenlust mee spelen. ” Gevoelig politiek puntje van de Kamer was ook dat het kabinet in het zogenaamde vak K te hoog zat, te dominant was. Dat bezwaar wordt nu verholpen. De vloer van de vergaderzaal gaat een beetje omhoog en vak K een beetje omlaag. Dat kon omdat de vloer toch open moest voor nieuwe technische installaties. 

Als je Pi vraagt waar hij het meest trots op is, dan noemt hij zonder aarzeling de Statenpassage. De grote centrale hal, met uitzicht naar alle kanten op de oude en nieuwe delen van het Binnenhof. “Het is de ziel van het complex. Het is zo belangrijk dat bezoekers die ervaring krijgen: ik ben nu midden in het parlementsgebouw. Het is net een klein stadje, het is geen bouwkundige eenheidsworst waar ze tegenaan kijken, al die verschillende bouwstijlen passen mooi bij onze politieke cultuur”. De hal wordt wel gezelliger. Er komen meer koffiezitjes her en der waar bezoekers en Kamerleden elkaar kunnen ontmoeten. 

De Tweede Kamer krijgt een nieuwe ondergrondse publieksentree. Het gebouw ontvangt nu circa 300.000 bezoekers per jaar; na de terugkeer naar het Binnenhof groeit dit naar ongeveer 500.000. Het ontwerp biedt extra ruimte om deze toename goed op te vangen.

Veranderende samenleving

De architect ontwierp de Statenpassage oorspronkelijk als een open passage vanaf de straat, waar burgers ongehinderd naar binnen konden om hun gekozen vertegenwoordigers te ontmoeten, zoals in het klassieke Athene. Maar helaas: ”In 1992 had ons land ons land had nog zijn onschuld, maar Deetman (toenmalig Kamervoorzitter) durfde die open passage niet aan wegens de mogelijke veiligheidsrisico’s. Hij had als minister van Onderwijs nare ervaringen gehad met studenten. Zo jammer, de open hal was echt sensationeel geweest. De latere Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven wilde de zaak alsnog open gooien maar toen Fortuyn in 2002 werd doodgeschoten was de hele discussie voorbij. Ik heb dat gewoon moeten aanvaarden. Veiligheid is zo bepalend geworden, de samenleving is veranderd, daar kan ik ook niks aan doen. 

De Tweede Kamer trekt per jaar zo’n 350.000 bezoekers. Dat worden er naar verwachting 500.000.  Daaronder veel scholieren die zeker één keer het parlement zullen bezoeken. “Dat is erg belangrijk. Er zijn zoveel jonge kids die niet weten wat democratie is, dat krijgen ze niet van huis mee. En als ze hier een dagje hebben rond gelopen merk je toch dat ze er wat van opsteken”.  

Stevig huis

Een nieuwe publieksingang is dus hoog nodig. Ook in verband met de beveiliging. Politici worden de laatste jaren steeds vaker bedreigd. Daar is bij het ontwerp van de nieuwe publieksentree natuurlijk rekening mee gehouden. Die nieuwe ingang komt op de Hofplaats, nu nog een wat verloren hoek van het Binnenhof. Pi de Bruijn heeft in goed overleg met Tweede Kamer, Gemeente Den Haag en omwonenden een modern glazen paviljoen ontworpen, transparant en duurzaam. De Kamer wenste als hart van de parlementaire democratie, een waardige publieksentree. En natuurlijk mooi om te zien, want het wordt ook een belangrijke toeristische trekpleister van de stad. Onder de glazen overkapping leiden roltrappen en een lift naar de ondergrondse entree. ”We willen een gastvrije en integrale toegang, en tegelijk praktische binnenkomst procedure. Er komt een grote kelder met een Schiphol-achtige scan-straat, waarin alles en iedereen grondig wordt gecontroleerd, want het is geen sprookje dat er veiligheidsrisico’s zijn.” 

Volgens de laatste planning moet de hele renovatie in 2031 klaar zijn, terwijl de oorspronkelijke planning eind 2026 was. “De heropening wordt een feest, daar van ik van overtuigd. Ik hoop dat het gebouw ook zal bijdragen aan het aanzien van de Kamer. Het is een kwetsbaar instituut. Een stevig huis kan bijdragen aan de samenhang van het geheel.

Door landschapsarchitect Karres en Brands is rondom het gebouw een groene en prettige verblijfsplaats ontworpen voor bezoekers en inwoners van Den Haag.


Dit vind je misschien ook leuk