Achter de bouwhekken en torenkranen van het Binnenhof gaat een wereld schuil die eeuwenlang aan het oog onttrokken bleef. Vanaf 12 september t/m 13 december 2026 kun je die met eigen ogen zien. In de foto-expositie in Als stenen konden spreken, nemen wij je in de Galerij van de Haage tramtunnel mee naar binnen – van het Torentje tot de kelders waar archeologen op de dertiende eeuw stuitten.
Auteur | Floris IV van Holland
Het begint aan de overkant van de Hofvijver. Daar, waar de bouwkranen boven het achthoekige torentje uitsteken, ligt het kleinste en tegelijk bekendste werkvertrek van het land. We gaan naar binnen – en meteen valt de stilte op. De minister-president verliet het Torentje in de zomer van 2024, nadat de gemeente strengere eisen stelde aan de brandveiligheid. Wat rest is een verlaten gang en een kapstok zonder de jas van de premier.

Zo’n stilte hangt overal. In de centrale hal van het ministerie van Algemene Zaken is alles afgeschermd met houten platen – een beeld dat we op het hele Binnenhof zullen tegenkomen. In een hoek ligt de ruimte waar tijdens de coronacrisis de wekelijkse persconferenties werden gehouden; de afgeknipte communicatiekabels steken nog uit de muur. Het is vervreemdend om een plek die je duizend keer op televisie zag, zo kaal en verlaten terug te zien.
Juist die leegte maakt de schoonheid zichtbaar. Kijk omhoog in de Trêveszaal en het weergaloze geschilderde plafond vangt je blik – door Document voor een Monument tot in de finesses vastgelegd voordat portretten en meubels naar veilige opslag verdwenen. Even verderop, in de Eerste Kamer, ligt het zeventiende-eeuwse Mary Stuartkabinet: een van de oudste en kostbaarste vertrekken van het complex, met een beschilderd eikenhouten koepelgewelf, gedecoreerd met appeltjes van oranje. Ruimtes als deze worden nu zorgvuldig onderzocht en hersteld, om straks deel uit te maken van een nieuwe publieksroute.

De renovatie is ook een gigantische verhuizing. Nergens wordt dat zo zichtbaar als bij het beroemde staatsieportret van koning Willem II, dat sinds 1849 in de plenaire zaal van de Eerste Kamer hangt. Het doek was zo groot dat het via een uitgenomen raam naar buiten moest – een operatie op zich. Overal zie je die zorg: schilderijen die worden ingekist, kroonluchters die worden gedemonteerd, natuurstenen vloeren die in beschermend hout verdwijnen.
Achter de gebouwen schuilen ook verhalen van mensen. Neem Tom van Bokhoven, de laatste huismeester die zelf op het Binnenhof woonde. In drieëntwintig jaar groeide hij uit tot een onmisbare sleutelfiguur: politici stonden in geval van nood bij hem onder de douche, Kamerleden huilden uit bij zijn vrouw Yvonne, en aan zijn eettafel werd de kroonprins door Tjeenk Willink voorbereid op het koningschap. Zijn motto – ‘horen, zien en zo nodig zwijgen’ – zegt veel over hoe belangrijk de menselijke factor is op deze plek.

En dan de diepte van de geschiedenis. Onder de Volle Raadzaal van de Raad van State, het staatsrechtelijke hart uit 1922, stuitten archeologen tijdens de werkzaamheden op een dertiende-eeuwse kademuur en een kelder uit de vroege zeventiende eeuw. Nooit eerder was het hier zo leeg en zo sereen – en zelden lag de ouderdom van het Binnenhof zo letterlijk aan de oppervlakte.
In de Tweede Kamer voert de route langs de Koningsgalerij, waar de portretten van de Oranjevorsten met de grootste zorg van de wand worden gehaald en de gouden troon uit 1863 op transport wacht. Een verdieping verder ligt het gestripte hart van de Nederlandse politiek: de plenaire zaal, sinds de verhuizing in 2021 ontdaan van haar blauwe tulpstoelen en groene tapijt, het grote kunstwerk ingepakt. Wie de televisiedebatten kent, zal deze lege ruimte niet snel vergeten.

Waarom al die moeite? Het antwoord ligt onder de vloeren. Na het openbreken van muren bleek de staat van het achthonderd jaar oude complex veel slechter dan gedacht: meer dan driehonderd rotte balkkoppen, aangetast door eeuwenlang vocht en schimmel. Waar het kan, blijft het originele hout behouden en wordt het met hars hersteld – oud vakmanschap en nieuwe techniek, zij aan zij.
Dat samengaan levert soms adembenemende beelden op. In het voormalige ministerie van Justitie ligt de Handelingenkamer, het visitekaartje van architect Cornelis Peters: drie verdiepingen giet- en smeedijzeren galerijen die met een wenteltrap van 87 treden omhoog cirkelen naar een glas-in-loodkoepel, compleet met drakenkopjes en een rood-groen-gouden kleurstelling. En in de centrale hal van de Tweede Kamer lijkt het juist alsof een reuzeninktvis de macht heeft gegrepen: overal kronkelen blauwe slurven voor de klimaatbeheersing uit ramen en deuren.
Sinds 2016 leggen wij deze verborgen wereld vast. De mooiste beelden hangen nu in De Galerij, de glazen tentoonstellingsruimte in de tramtunnel bij halte Spui – op een steenworp van het Binnenhof zelf. Het is een tentoonstelling die met je meereist: kijk rond, laat je verrassen, en vergeet gerust even je halte.
Want als stenen konden spreken, zouden ze hier het meest te vertellen hebben. Kom kijken – al is het maar voor even als je langs het Spui loopt, of tussen twee tramritten door.
PRAKTISCH
Wat – Als stenen konden spreken – foto-expositie over de renovatie van het Binnenhof
Wanneer – 12 september t/m 13 december 2026
Waar – De Galerij, tramtunnel halte Spui, Den Haag
Openingstijden – Dagelijks 06:00–23:30 uur
Toegang – Gratis