Het visitekaartje van architect Cornelis Peters

In 1876 had de Groningse architect Cornelis Hendrik Peters (1847-1932) de eer om het nieuwe gebouw van het ministerie van Justitie te ontwerpen. Het gebouw, in neo-Hollandse Renaissancestijl, ligt aan de westzijde van het Plein in Den Haag en doet nu dienst als Departement van Justitie.

Auteur | Christa van Zeggeren

Peters kreeg in 1867 de kans om zijn opleiding te vervolgen bij de bekende architect Pierre Cuypers (o.a. architect van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam). Aangespoord door Cuypers en Victor de Stuers, de invloedrijke secretaris van het College van Rijksadviseurs voor de Monumenten, werd de functie in het leven geroepen van Rijksbouwkundige voor de Gebouwen van Financiën. Hoewel Peters op dat moment nog geen enkel zelfstandig ontworpen en uitgevoerd gebouw op zijn naam had staan, werd hij in 1876 toch benoemd tot deze nieuwe functie. Zijn benoeming was bedoeld om de positie van Cuypers en De Stuers, bondgenoten in een architectonische richtingenstrijd op het Binnenhof, te versterken.

Het ministerie van Justitie

Het ministerie is gebouwd als hoofdministerie met naast de dienstvertrekken voor het departement zelf, ook de vergaderzalen voor de ministerraad en de Hoge Raad van Adel. Het gebouw werd een van de zuiverste voorbeelden van de nieuwe nationale bouwstijl voor overheidsgebouwen en daarmee ook Peters visitekaartje.

Het ministerie van Justitie is tussen 1876 en 1883 in twee fasen gebouwd. Het hoofdgedeelte werd tussen 1876 en 1879 gerealiseerd. Het bestaat uit vier vleugels die rond een rechthoekige binnenplaats liggen en drie bouwlagen hebben. In dit gedeelte bevonden zich de zalen voor de ministerraad en de Hoge Raad van Adel, de kamers voor de minister van Justitie en de secretaris-generaal en een bibliotheek. Tussen 1880 en 1883 voltooide men het gebouw door rond een tweede binnenplaats zijvleugels aan te bouwen (Lange Potenzijde).

Oorspronkelijk had het ministerie in de hoofdingang een overdekte inrijpoort waarin de koetsier met zijn rijtuig kon binnenrijden. Later, toen de rijtuigen uit het straatbeeld verdwenen, is deze inrijpoort komen te vervallen. Op de binnenplaats staat nog steeds de lantaarn, waar de rijtuigen omheen konden draaien.

Drie uit steen gehouwen trappen vormen de verbinding tussen de diverse etages. In het trappenhuis op weg naar de Handelingenkamer is in een van de kapitelen een afbeelding van architect Peters aan zijn werktafel te zien.

In oktober 1991 betrok de Tweede Kamer na renovatie het voormalige ministerie. Gebouw Justitie biedt nu onderdak aan fracties en diverse diensten van de Tweede Kamer. Het gebouw is sinds 1978 Rijksmonument en wordt ook meegenomen in de sobere renovatie van het Binnenhof die in het najaar van 2021 van start ging.

De Handelingenkamer

De bibliotheek, inmiddels de Handelingenkamer genoemd, dateert uit de laatste fase van de bouw van het ministerie in 1883. Kenmerk van dit vertrek is het deels gietijzeren, deels smeedijzeren interieur. Peters was geïnspireerd door Chinese motieven. Deze zijn terug te vinden in de drakenkopjes, de rugschilden van de draak in de koepel en de kleurstelling van rood-groen-goud. De drie gaanderijen en de wenteltrap met 87 treden zijn in Engeland vervaardigd en als ‘bouwpakket’ naar Nederland verscheept. Op de balustrades zijn plateaus gemaakt en afgewerkt met groen fluweel, zodat men als men een boek wilde lezen niet helemaal naar beneden moest maar ook daar de pagina’s kon omslaan. 

Vanaf de ingebruikname tot 1938 was, in verband met brandgevaar, verlichting in de vorm olie- en gaslampen of kaarsen taboe. De enige lichtbron was de glazen koepel, wat inhield dat in de donkere wintermaanden de werkdagen korter waren dan in de zomermaanden. De koepel bevat een glas in loodraam van de firma Nicolas uit Roermond.

De zaal, met een lengte van 13,5 meter, is 6 meter breed en 9 meter hoog. Naast de circa 30.000 boeken worden hier, zoals de naam al aangeeft werden er vooral de Handelingen opgeslagen. De Handelingen zijn de geredigeerde woordelijke verslagen van vergaderingen van de Tweede en Eerste Kamer. De vroegste hier bewaarde verslagen dateren uit 1815. Dat er in de oorlogsjaren (1940-1945) niet in de Tweede Kamer vergaderd kon worden, is te zien aan de symbolische lege plank.

Al in het midden van de negentiende eeuw konden Kamerleden deze zittingsverslagen in de ‘Boekerij’ raadplegen. Deze bevond zich op de tweede etage van het voormalig Stadhouderlijk Paleis (Willem V) op het Binnenhof. Later volgde op dezelfde verdieping een aparte Handelingenkamer, die tot ver in de twintigste eeuw in gebruik zou blijven. De bibliotheek in het Justitiegebouw bleef ondertussen uitsluitend gereserveerd voor juridische werken.

Historische boekencollectie

De Leidse boekhistoricus Alex Alsemgeest die vanaf 2018 tot eind 2020 verbonden was aan het project Historische Boekencollectie van de Tweede Kamer heeft veel ontdekkingen gedaan. Ook bouwkundige: de Handelingenkamer is geen perfecte rechthoek. De korte zijden verschillen in lengte. Dat zou verklaard kunnen worden uit het feit dat de bibliotheek moest worden ingepast in een bestaande ruimte.

De bibliotheek van de Kamer is altijd een ‘bedrijfsbibliotheek’ geweest. Na bijna 25 jaar leeg te hebben gestaan nadat het ministerie van Justitie naar de Schedeldoekshaven was verhuisd, werd de Handelingenkamer in 1992 weer in gebruik genomen door de (boekencollectie van) de Tweede Kamer.  

De bibliotheek fungeerde tot 2018 min of meer als een opslagplaats van boeken. Het ging er helemaal niet om of de Kamer een fraaie bibliotheek bezat, stelde de laatste bibliothecaris Jan Keukens (tot 2001). De uiteindelijke vraag is immers of het parlement, snel en efficiënt aan informatie kan komen. Alles draait in de Kamer om informatie, uit allerlei bronnen. Boeken vormen daarvan slechts een klein onderdeel; door de digitalisering zelfs een slinkend onderdeel.

Het tij keerde

Alle boeken aanwezig in het gebouw van de Tweede Kamer, ook op de zolders en de kelders van het Binnenhof werden door Alex van Alsemgeest en de Dienst Informatie en Archief in kaart gebracht en als politiek-historisch erfgoed geconserveerd.

Bijzondere vondsten werden gedaan, zoals een eerste druk van The Wealth of Nations (1776) van de Schotse politiek-econoom Adam Smith. De waarde van dit boek wordt op enkele tonnen geschat. Honderden andere antiquarische vondsten vormen nu de pronkcollectie op de eerste verdieping van de Handelingenkamer. Samengebracht in het bouwkundig icoon van Cornelis Peters vertellen zij het verhaal van het politieke verleden van Nederland.


Beeld ↑ Gevel detail voormalig ministerie van Justitie.

Dit vind je misschien ook leuk