Eindelijk aan de slag

Vanaf 9 juli 2021 reden er, eindelijk, transporteurs door de poorten van het Binnenhof. Voor het eerst in ruim tweehonderd jaar deed zich een ontruiming voor en vond een grote verhuizing plaats. Bovendien moest er, voor de hele periode van de geplande renovatie van het Binnenhof, van alles dat historische betekenis en culturele waarde heeft naar de opslag – al het prachtige, unieke, kostbare erfgoed, soms vele eeuwen oud. 

Auteurs | Ton Haak, Christa van Zeggeren


Beeld ↑ Eind september verhuisde kunsttransportbedrijf Hizkia van Kralingen verscheidene kunstwerken van het Binnenhof naar hun onderkomen tijdens de renovatie o.a. in het Amsterdam Museum.


Porseleinkast

De renovatie die in gang werd gezet zal, zoals algemeen bekend, minstens vijf jaar in beslag nemen. Het is een van de meest gecompliceerde renovatieklussen ooit in Nederland ondernomen. Want het gaat niet enkel om herstelwerk en ‘oppoetsen’: de gebouwen moeten dringend beter tegen brand en onraad te beveiligen worden gemaakt. Bovendien, ze moeten ‘achter de schermen’ (boven plafonds, achter muren en onder vloeren) uitgerust worden met alle apparatuur, bedrading, leidingen en bekabeling die in het moderne communicatietijdperk van node is. En dat terwijl niets van het oude karakter verloren mag gaan en zonder ook maar iets van antiek meubilair, wandschilderingen, gebeeldhouwde plafonds en attributen uit de Middeleeuwen, de Gouden Eeuw of de beginjaren van het Koninkrijk der Nederlanden te beschadigen. Het Binnenhof is één grote porseleinkast, zou je kunnen zeggen. Zelfs een babyolifantje mag daar niet in ‘huishouden’.

Strenge ogen  

Jaren van discussie gingen aan het startschot vooraf. Moet dat nu echt? En moet dat dan € 719 miljoen kosten? Het zal wel weer meer worden… zul je altijd zien. Moet de burger daar nu echt voor opdraaien? De bijdrage van ‘de burger’ valt goed beschouwd wel mee: zeg dat de renovatie elk van die vijf jaren € 160 miljoen gaat kosten, dan praten we over nog geen € 10 per inwoner per jaar. Met dat geld wordt zorgvuldig omgesprongen. Er kijken zoveel strenge ogen naar het renovatieproces dat er weinig kansen ontstaan om geld over de balk te gooien.  Soberheid, doelmatigheid en duurzaamheid staan hoog in het vaandel van de Kamerleden, de regering en de beheerder van de gebouwen, het Rijksvastgoedbedrijf, geschreven. Waar het om gaat is veiligheid en functionaliteit, tot in een min of meer voorzienbare toekomst. Het eeuwenoude, trotse Binnenhof, met zijn rijke variëteit aan architectuur uit alle eeuwen zo anders maar zeker niet minder dan parlements- en regeringsgebouwen elders in de wereld, moet gekoesterd worden. Cultuurgoed kost geld, als je het wilt bewaren. En zoiets moois zoals het Binnenhof gooi je niet zomaar weg.

Beeld ↑ De Blauwe Zaal, in het gebouw van het ministerie van Algemene Zaken, is een naast de Trêveszaal gelegen vergaderzaal. Aan de muren hangen de geschilderde portretten van de naoorlogse ministers-presidenten. De adviseurs van de minister-president gebruiken deze zaal als vergaderruimte.


Stijlkamers

De porseleinkast van het Binnenhof is kwetsbaar. Het gebouwencomplex telt alleen al zesennegentig (96!) historische en moderne stijlkamers in een kwalitatief hoge, vaak unieke uitmonstering. Dat is allemaal nationaal bezit en mag best als een nationale trots worden gezien. Daar moet extra-voorzichtig mee omgesprongen worden. Specialisten die van wanten weten als het gaat om het herstel en onderhoud en zo nodig de vernieuwing van historische interieurs en exterieurs hebben die bijna honderd stijlkamers minutieus onderzocht. “Wij moesten alle ruimten tot in de vezels leren kennen”, valt te beluisteren. “Ons uitgangspunt was telkens dat de staat waarin de stijlkamer zich bevindt voordat de renovatie aanvangt precies zo wordt gehandhaafd, gedurende de hele renovatieperiode.” Aan de stijlkamers wordt niets veranderd en als er achter de muren of boven de plafonds of onder de vloeren breek- en bouwwerkzaamheden moeten plaatsvinden, dan moet de ruimte heel precies in de oude stijl worden hersteld. Voor de, ook gespecialiseerde, aannemers zijn per ruimte “beschermingsdossiers” opgesteld, hun bijbel en wetboek tegelijk. Nagelvaste onderdelen van elke ruimte worden als het werk gaande is veilig ‘ingepakt’ ter voorkoming van schade. Alle ruimtes worden ingetimmerd. Ze worden pas geopend als er werkzaamheden moeten worden verricht, of als er tussentijdse controle moet plaatsvinden en worden meteen daarna weer ingetimmerd. Stofvorming wordt zo voorkomen. Mede daarvoor zijn klimaatplannen opgesteld. Ook van elders doordringende trillingen worden zoveel mogelijk binnen de perken gehouden.

Beeld ↑ Op het imposante plafond van de plenaire vergaderzaal van de Eerste Kamer is in het centrale vlak is een doorkijk naar de lucht afgebeeld. Zes kinderen kijken naar beneden, waarvan er één over de rand wil stappen. In de jongen met de hoed wordt Willem III herkend. De plafond schilderingen werden vanaf 1663 vervaardigd door A. de Haen en N. Wielingh.


Imposant

De plenaire vergaderzaal van de Eerste Kamer is een van de grote stijlkamers die, tezamen met tientallen andere kamers met kleinere afmetingen, bijzondere zorg nodig hebben. Het plafond van deze zaal (uit 1650) is het decoratieve hoogtepunt: schilderingen die de illusie wekken dat er openingen in de gewelven zitten die doorkijk bieden naar de open lucht! Door deze openingen kijken personen van verschillende nationaliteit naar binnen, alsof zij met belangstelling de vergaderingen van de Staten van Holland, en sinds 1849 die van de Eerste Kamer, volgen. Ook de huidige vergaderzaal van de Tweede Kamer is een stijlkamer, zij het dan een moderne. Architect Pi de Bruijn gaf de nieuwe zaal in 1992 een bijzonder karakter en een hoogwaardig ‘nieuw’ interieur dat mede dient om de discussie die er plaatsvindt te vergemakkelijken en de toegankelijkheid ervan, voor toeschouwers op de publieke tribune of thuis bij het televisietoestel, te verbeteren. De plenaire zaal wordt indrukwekkend gemarkeerd door imposante schilderingen van de hand van beeldend kunstenaar Rudi van de Wint, die op de wand achter de stoel van de Kamervoorzitter op intrigerende manier verspringen. Ook deze moderne uitmonstering wordt tijdens de renovatie gekoesterd. 


Beeld | Interieur van de plenaire zaal van de Tweede Kamer.


Verrassingen

Het team dat bij de renovatie betrokken is, kreeg al, en krijgt nog, heel wat verrassingen te verwerken. “Wat wij niet tegenkomen…” Direct verbonden met de Oude Zaal ligt tegenwoordig een zogenaamde “debrasseer-ruimte”, een afruim-ruimte die tot 1959 samen met een technische ruimte de Kleine Rookkamer vormde. Dat roken is allang uit den boze. In de technische ruimte is een derde deel van een oorspronkelijk uit de laat-18e eeuw daterend stucwerkplafond zichtbaar. Het heeft een eikenbladdecoratie in de ranke stijl van Lodewijk XVI. De rest van het plafond gaat nog achter een later verlaagd plafond schuil, in die afruimkamer. Daar ligt een taak: de oorspronkelijke schoonheid verdient, in de oude staat teruggebracht, blootgelegd te worden. “Wie weet wat we nog aantreffen als het werk van brandveilig maken en het corrigeren van ernstige technische gebreken gaande is en het vernieuwen van installaties en hun leidingen eenmaal op gang is. Bedenk wel, wij kunnen niet zomaar de boor in wanden of plafonds zetten. Wat ons te doen staat is voorzichtig precisiewerk, dat van chirurgen.” 


Beeld ↑ Detail oorspronkelijk uit de laat-18e eeuw daterend stucwerkplafond dat schuilgaat achter een later verlaagd plafond van technische installaties.


Dit vind je misschien ook leuk