500 jaar terug in de tijd kijken

Onder de vertrouwde spits van het Torentje sluimerde een raadsel: niemand wist precies hoe oud dit kleinste, bekendste bouwwerk van het Binnenhof werkelijk is. De renovatie heeft het antwoord losgewrikt. Toen de aannemer voor een inspectie het plafond opende, keken onderzoekers plots bijna vijfhonderd jaar terug in de tijd.

Auteur | Floris IV van Holland

Het begon met een routineklus. Tijdens een asbestinspectie, vorig jaar, viel het licht op iets wat generaties lang verborgen was gebleven: een volledig intacte eikenhouten kapconstructie, het onzichtbare geraamte van de torenspits die iedere Nederlander kent. Balk na balk, gaaf en ongeschonden. En geen mens die wist hoe oud dit binnenwerk was.

Klein wonder

“Er zijn nog maar een handjevol echt oude kappen over op het Binnenhof,” zegt Bram Hulshof, monumentenadviseur bij het Rijksvastgoedbedrijf. Dat het Torentje er nog staat, mag een klein wonder heten. Meermaals hing de sloop erboven – ook nog aan het begin van de twintigste eeuw ontsnapte het ternauwernood aan de slopershamer.

ca. 1913 – 1914. Torentje-verweesd. Bron: Rijksvastgoedbedrijf.

Samen met bouwhistoricus Patrick Bosman klom Hulshof de ruim acht meter hoge zolder in. Wat zij daar aantroffen, grensde aan het ongelooflijke: een constructie die vrijwel ongerept de eeuwen had doorstaan, nagenoeg origineel, met amper een spoor van reparatie.

Vingerafdruk van de kap van Het Torentje

Voor het geoefende oog van Bosman sprak het hout. De balken waren met de hand gezaagd – een stille getuige van hoge ouderdom. Hij zag het spinthout, het buitenste randje van de boomstam, en hij las de merktekens: “rechte merken” en “gebroken merken”, Romeinse cijfers die ooit met de beitel in het eiken werden gekerfd. Een bouwpakket avant la lettre – elders voorgevormd, ter plaatse in elkaar gezet.

Maar hoe oud precies? Voor het sluitende antwoord moest de wetenschap eraan te pas komen. Met steun van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werd dendrochronologisch onderzoek gedaan. Specialist Sjoerd van Daalen nam tien monsters – “door een soort sigaar uit te boren”, zoals hij het zelf omschrijft.

Dendrochronologie is de kunst van het lezen van jaarringen. “Met voldoende jaarringbreedtes op een rij heb je eigenlijk een soort vingerafdruk of streepjescode van de boom,” legt Van Daalen uit. Elke boom draagt zijn eigen levensverhaal in het hout – het is slechts een kwestie van ontcijferen.


De bijna 500 jaar oude en ongehavende spanconstructie. Bron: Rijksvastgoedbedrijf.

En dat verhaal reikte ver. Het eiken bleek afkomstig uit Zuid-Zweden, gekapt in de herfst van 1546 of de winter daarop, 1546/47. Vandaar werden de stammen over zee naar de Lage Landen gevaren, om uiteindelijk hoog boven het Binnenhof hun bestemming te vinden.

“Hoe kun je beter vaststellen hoe oud het Torentje daadwerkelijk is dan door wetenschappelijk onderzoek?” zegt Hulshof.

Vijf eeuwen zag het Torentje voorbijtrekken, in wisselende gedaanten. Lang was het niet meer dan een dienstwoning voor de kastelein van een nabijgelegen herberg. In 1645 wilde graaf Johan Maurits de spits laten slopen en vervangen door een balustrade – een plan dat, gelukkig, nooit werd uitgevoerd. Het machtscentrum dat wij vandaag kennen, is van veel jongere datum. “Het is pas sinds Ruud Lubbers in 1982 dat het Torentje het kantoor van de minister-president is,” aldus Bosman.Straks, na de renovatie in 2031, keert de minister-president terug onder diezelfde eeuwenoude kap. De balken uit 1546 zullen opnieuw een dak boven het hoogste ambt van het land vormen – het verleden dat, zwijgend, de toekomst blijft dragen.