25 april, dag van het startschot

Het is o zo jammer dat bij nationale evenementen het Nederlandse volk het niet verder brengt dan het zingen van het eerste van de vijftien coupletten van het Wilhelmus, met soms het zesde couplet om wat drama toe te voegen, want dat eindigt met ‘de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt’. De originele tekst heeft het over ‘myn hert’ dat doorwond wordt, hetgeen bijvoorbeeld veel voetbalfans in verwarring brengt: die denken nog steeds dat het hier om de jacht op wild gaat. Dat ‘hert’ komt nogmaals op de proppen, als ‘edel hert dat bloet’, dus geen wonder dat er misverstanden blijven ontstaan. 

Auteur | Ton Haak

Niet dat er geen dramatiek is te ontdekken in andere coupletten van het gedicht dat (al was het niet eerder dan in 1932) ons volkslied werd. De tekst, rond 1570 geschreven door Adrianus Valerius, legt een heel stuk geschiedenis bloot, van overheersing tot vrijheidsoorlogen, van overwinningen en van verloren veldslagen, van geloofsbetrachting en Godsvrees tot heldenverering en onschuldig bloed dat stroomt. Als de Nederlanders op school de hele tekst hadden moeten leren en die hele tekst bij elke sportmanifestatie waaraan ‘Oranje’ deelneemt werd gezongen, dan hadden wij allemaal van heel wat meer vaderlandse geschiedenis kennis gehad dan nu doorgaans het geval is. Dan hadden wij bijvoorbeeld begrepen wat er in vredenaam werd bedoeld met dat verwarrende ‘ben ik van Duitsen bloet’ en met die prins van Oranje die ‘vrij en onverveerd, den koning van Hispanje’ altijd heeft geëerd.

Verwarrend

Dit is niet de plaats om uitleg te geven aan deze en andere mogelijk verwarrende zinnen die het Wilhelmus rijk is. Te uwer geruststelling het volgende: er moet niets verdachts gezocht worden achter de bovenstaande, uitgelichte strofen, er is geen sprake van landverraad, de landsgrenzen werden in de 16e eeuw nu eenmaal anders getrokken dan nu en er was nog lang geen sprake van ‘de Nederlanden’. Het Wilhelmus was in feite een overwegend Hollandse aangelegenheid, al werd er ook van ‘Neerland’ gesproken, en al werden er veldslagen bij Maastricht en in Friesland aangeduid. Het lied verhaalde van gebeurtenissen in de jaren die welzeker als een gewichtig startpunt van de Nederlandse natie kunnen worden gezien: de eerste serieuze gewapende pogingen om de door velen in de Nederlanden als onderdrukker beschouwde Spaanse koning, en zijn legers, te verdrijven. Het Wilhelmus beklemtoont hoe edel ‘de opstandelingen’ wel waren… en kan ons Nederlanders heden ten dage nog precies zo bevestigen dat wij een trouw en waardig en zo niet moedig, dan toch een mondig volkje zijn.    

Beeld ↑ Slag bij Dalheim (Dalem, nu Rheindahlen), 25 april 1568. Jan van Montigny.


Als startschot van de Tachtigjarige Oorlog – een burgeroorlog waarvan het begin als ‘de Nederlandse Opstand’ te boek staat – wordt doorgaans de Slag bij Heiligerlee in West-Friesland genoemd, mogelijk omdat dit de eerste confrontatie met de troepen van Filips II was die door de opstandelingen werd gewonnen. Eigenlijk was die slag bij Heiligerlee niet de allereerste gewapende vrijheidsstrijd die tegen Spanje gevoerd werd. Op 25 april 1568 werd er bij Dalheim of Dahlen (nu Rheindahlen, Mönchengladbach) slag gevoerd. Dit was de eerste invasie waarbij Willem van Oranje betrokken was aan de zijde van de vrijheidsstrijders – dertien maanden eerder nog was er trouwens al slag gevoerd bij Oosterweel, maar toen stond Willem nog aan de verkeerde, de Spaanse, kant en was hij tégen opstand. Dat het Wilhelmus ons daar tussen neus en lippen aan herinnert (Willem heeft de Spaanse koning immers ‘altijd geëerd’) is dus minder vreemd dan zou lijken. Enfin, de poging om Roermond in te nemen mislukte, de slag bij Dalhem (in de buurt van Maastricht, nietwaar, dus enkel daarom verdient die plaatsnaam een regel in het volkslied) werd verloren al had de veldheer, Villiers, de beschikking over een huurleger van wel drieduizend man, hem ter beschikking gesteld door Willem van Oranje. Villiers werd gevangengenomen en enkele weken later op gezag van de Spaanse generaal Sancho d’Avila op de Grote Markt van Brussel onthoofd. 

Opstand werd oorlog

Villiers was niet de enige van Nederlandse adel die daar in Brussel zijn hoofd verloor. De Spanjaarden konden het afhakken niet laten nadat zij op 23 mei 1568 bij Heiligerlee hun eerste betekenisvolle nederlaag hadden geleden tegen de Nederlandse opstandelingen, die geleid werden door Lodewijk en Adolf van Nassau. De Spanjaarden spendeerden de navolgende twintig jaar aan het halen van hun gram door grote delen te bezetten van wat later de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ging heten. Het tij keerde eerst na 1588 meer ten gunste van de Nederlanders en flinke delen van het noorden kwamen in ‘Staatse’ handen. De strijd verloor het karakter van ‘Opstand’ en werd vanaf dat jaar een ware oorlog tussen twee landen, een strijd die ondanks tijdelijke bestanden lange tijd zonder eind leek. Het moest 1648 worden voordat, in Münster, de vrede kon worden getekend. Tachtig jaar hadden de Nederlanders en de Spanjaarden als kemphanen tegenover elkaar gestaan.

De Tachtigjarige Oorlog had met meer dan nationaliteitsgevoelens (nog goeddeels regionaal bepaald), overheersing en onderdrukking, en verafschuwde belastingplicht jegens een koning in het verre Spanje te maken. In die jaren van reformatie speelden allerlei godsdienstige aspecten een minstens zo grote rol: katholicisme tegenover protestantisme, aanhangers van Luther tegen die van Calvijn, het anabaptisme en het humanisme die allebei aanhangers vonden en met nieuwe sociale ideeën kwamen – en dan waren er als gevolg van de oorlogvoering en de uiteenlopende opvattingen over geloof en sociale inrichting van de samenleving allerlei vluchtelingenstromen in beweging die aan de onrust bijdroegen. En dan hebben wij het nog niet over graanmisoogsten als gevolg van extreme weersomstandigheden, stijgende voedselprijzen, of een desastreuze hongerwinter met alle gevolgen van dien. Smeekschriften die, door edelen, werden aangeboden aan het Spaanse hof of aan de landvoogdes die door Filips aan de Nederlanden was toegewezen, vonden geen gehoor.

Geuzen

Een Eedverbond der Edelen werd genegeerd toen voor afschaffing van de vervolging van calvinisten werd gepleit. De edelen voelden zich geschoffeerd toen raadsman Karel van Berlaymont zijn landvoogdes Margaretha van Parma adviseerde niet bang voor hen te zijn, voor dit schorriemorrie: ‘N’ayez pas peur Madame, ce ne sont que des gueux.’ Hij heeft waarschijnlijk nooit beseft dat hij daarmee de opstandelingen hun nom de guerre toespeelde: als Geuzen en Watergeuzen gingen zij later de strijd tegen Spanje aan, en ook menige strijdbare van jonger datum werd nadien vaak als geus aangeduid, het werd een erenaam. En toen kwam Alva en waren de rapen pas goed gaar. Duizenden werden gearresteerd, meer dan duizend Nederlanders werden ter dood veroordeeld wegens ‘hoogverraad’, vele honderden werden terechtgesteld. Ook Willem van Oranje werd, zij het bij verstek, ter dood veroordeeld. Hij bevond zich veilig in Duitsland – dat ‘van Duitsen bloet’ in het Wilhelmus was niet zo ver gezocht. 

De Tachtigjarige Oorlog was een taaie onafhankelijkheidsstrijd, van 1568 tot 1648 durend. Ruim dertig jaar nadat de Nederlanden hun vrijheid hadden veroverd, om precies te zijn op 21 augustus 1680, kwamen in wat nu de staat New Mexico in de Verenigde Staten is de Pueblo-stammen en enkele Apache-stammen in opstand tegen hetzelfde Spanje dat de Nederlanders bevochten hadden. Hun onafhankelijkheidsstrijd werd geen echte oorlog, maar ging als rebellie de geschiedenisboeken in. De Pueblo Revolt (of Rebellion) kwam zo’n tachtig jaar nadat, in 1598, de kolonisatie van dat gebied door de Spanjaarden begonnen was. Vanaf dat moment werd het katholicisme opgedrongen, werden ceremoniële kivas verbrand, deelden Spaanse rechtbanken zware straffen uit (inclusief zweepslagen en verminkingen), en leefde de Indiaanse bevolking van de pueblos in het stroomgebied van de Rio Grande in feite in slavernij.

Spanjaarden verjaagd

Onder leiding van Popé, een lid van de Tewa-stam, geboortig in wat nu Ohkay Owingeh is (vroeger San Juan Pueblo genaamd) ten noorden van wat toen al de hoofdstad van New Mexico was, werd de Spaanse bezetter uit Santa Fe weggejaagd. Vijfhonderd Spanjaarden vonden de dood. De Indiaanse stammen herwonnen hun zelfbestuur. Dat genoegen was van korte duur: in 1692 (Popé was krap vier jaar dood of net overleden, over de data is onenigheid) kwam de Spaanse gouverneur Pedro de Vargas met versterkingen terug om de opstand neer te slaan. Maar… wat heeft dit nu met het Binnenhof en ‘onze’ Tachtigjarige Oorlog te maken? 

Ooit, het was in 1998, woonde er een Nederlander in New Mexico. Die volgde er, uit pure belangstelling voor de geschiedenis van zijn nieuwe ‘thuisland’, een cursus Hispanic History aan de Universiteit van New Mexico, UNM, in Albuquerque. Daar bevond zich de hoogleraar; hij stond via kabeltelevisie en telefoonlijnen in verbinding met onderwijsinstituten links en rechts in de staat, soms vijf, zes uur rijden van de universiteit verwijderd. Een van die locaties was Northern New Mexico Community College in Espanola, niet ver van Ohkay Owingeh.

Voorbeeld

De Nederlander zat ‘in de klas’ met twee andere studenten aan het beeldscherm gekluisterd. Tussen de lessen door was er natuurlijk contact tussen die drie. Een van oorsprong Australische vrouw deed weinig duiten in het zakje. Spraakzamer was Miguel, een Indiaan van de Tewa-stam, wonend in Santa Clara Pueblo, een andere van de nog bestaande negentien pueblos die niet de status van reservation hebben, maar wel iets van zelfstandigheid genieten. Hij was daar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg en kwam met dramatische verhalen over armoe, drugsgebruik, gokverslaving en prostitutie ‘om van de gokschulden af te komen’. Hij hoorde dat zijn medestudent uit Nederland kwam en pas vier jaar in Amerika woonde.

‘Wow, ma-a-a-an!’ zei Miguel. ‘How wonderful! You know, we Indians do admire the Dutch, they are our heroes.’ Hij moet stomverbaasd zijn aangestaard door de Nederlander die niets anders kon bedenken dan: ‘Why? Do you know of Johan Cruijff?’ Nee, het ging niet om voetbal. Indianen van de Pueblo-dorpen hadden het nog steeds over Nederland omdat de Nederlanders de enigen in de wereld waren, die het gelukt was die vermaledijde Spanjaarden hun land uit te bonjouren. ‘We tried, oh yeah. We kicked them out, but after twelve years they came back in force.’ En sindsdien zaten de Indianen opnieuw onder de plak, werd hun land onteigend, werden ze klein gehouden door ‘die verdoemde Spanjaarden’ die inmiddels Hispanics werden genoemd en op hun beurt ondergeschikt aan de blanke Amerikanen waren gemaakt, al vormden ze nog steeds een politieke macht in New Mexico. ‘Maar jullie Hollanders schopten dat Spaanse tuig het land uit. Jullie geuzen waren ons voorbeeld.’

Gepaste trots

De Nederlander vertelde Miguel niet dat het trotse volkslied, het Wilhelmus, het oudste volkslied in de wereld, eigenlijk een melodie van Franse oorsprong was, een spotliedje over de Hugenoten, en dat de nieuwe tekst ging over een Nederlandse opstandeling met Duits bloed die de koning van Spanje eert. Hoe dat uit te leggen? Hoe te verklaren dat in Nederland in de laat-20e eeuw met de hand op het hart nog gezongen werd over een man die het zo’n pijn deed dat hij, ‘een Prinsen van Oranje’ moest strijden, zij het ‘vrij en onverveerd’, tegen ‘den Koning van Hispanje’ die hij immers altijd geëerd had? Gelukkig beklemtoont het Wilhelmus verder vooral hoe edel de strijd van ‘de opstandelingen’ wel was… en kan het volkslied derhalve nog steeds dienen om te bevestigen dat de Nederlanders een trouw en waardig en zo niet moedig, dan toch een mondig volkje vormen. De Nederlander liet de Indiaan zijn droom over ‘ons, moedige Nederlanders’. En voelde zich stiekem best een beetje trots op zijn blijkbaar wereldwijd bekendstaande geuzenverleden… na eeuwen van overlevering nog springlevend.


Beeld bovenaan ↑ Allegorische voorstelling rond de Tachtigjarige Oorlog en de Spaanse tirannie en de geloofsvervolging. Centraal een poort met de wapens van de zeventien provincies. Romeyn de Hooghe, 1704 – 1706. Collectie · Rijksmuseum, Amsterdam.

Dit vind je misschien ook leuk