‘Dan liever de lucht in!’ roept Jan van Speijk (1802 – 1831) tegen de agressieve menigte Antwerpse havenarbeiders en soldaten vlak voordat er een harde knal klinkt en zijn oorlogsschip met een groot deel van de bemanning ontploft. Op dit schilderij, gemaakt door Barend Wijnveld, zien is dit moment afgebeeld: grote brokstukken en bloederige lichaamsdelen van bemanningsleden en van de woedende massa op de kade worden door de explosie de lucht in geslingerd.
Zo ongeveer moet het toneel zijn geweest van de zelfopoffering door Jan van Speijk. Maar welke omstandigheden hebben tot deze gebeurtenis geleid?
Nadat Napoleon in 1815 was verslagen, vormden Nederland en België een verenigd koninkrijk. Dat was niet naar de zin van onze zuiderburen. De Belgen hadden schoon genoeg van de Nederlandse regels en bepleitten hun onafhankelijkheid. Eind augustus 1830 brak de Belgische Opstand uit. Voor de Nederlanders kwam die als een grote schok; zij voelden zich verraden door hun zuiderburen en vreesden revolutie.
Jan van Speijk had het imago van een vurige strijder voor de Nederlandse belangen; hij trad hard op tegen de opstandige Belgen. Zijn zelfopoffering, een weinig doordachte actie, leverde hem na zijn dood de heldenstatus op. In werkelijkheid kende hij weinig militaire prestaties, laat staan dat hij op reeksen van succesvolle acties kon bogen; toch werd hem de Willems-Orde toegekend.

De zelfopoffering van Van Speijk, 1831. Barend Wijnveld (1835 – 1897). Collectie · Amsterdam Museum.
Geheimzinnige doosjes
Het bombardement van Antwerpen waartoe hij opdracht had gegeven, werd hem door de Antwerpenaren niet in dank afgenomen. Toen door een harde wind zijn schip, dat ten gevolge van een kapot anker makkelijk op drift ging, in de richting van de stad werd geblazen, was daar een woeste mensenmassa die hem opwachtte. Van Speijk raakte in paniek, wilde voorkomen dat het schip in handen van de Belgen zou vallen, en zag als enige optie het opblazen van het schip en daarmee van zichzelf en zijn bemanningsleden. Zijn verminkte torso werd later teruggevonden: het kon herkend worden aan de Willems-Orde die er, zwartgeblakerd, nog steeds op prijkte.
Van het stoffelijk overschot is een lugubere schets gemaakt. Deze schets wordt gekopieerd en door het hele land verspreid, waardoor het heldendom van Van Speijk wordt gepropageerd. Ook onderdelen van het opgeblazen schip -vazen, glazen, doosjes en andere memorabilia- doen de ronde door de Republiek. Een van deze geheimzinnige doosjes bevindt zich vandaag de dag in het Rijksmuseum; wanneer je het opendoet, zie je een plukje van Van Speijks haar en een stukje tekst waarin het het heldenverhaal van Jan van Speijk uiteen wordt gezet.
Geen daden, maar woorden
Ook schilders scharen zich onder de verheerlijkers van deze Nederlandse held; vooral Hendrik Breukelaar, een vroege bewonderaar van Van Speijk. Hij schildert in 1832 een jonge Jan van Speijk die het praalgraf van Michiel de Ruyter bezoekt. Dromend over de status van de grote held staat hij bij het monument, niet wetende dat zijn eigen naam ooit eenzelfde klank zal krijgen.
De Belgen wonnen uiteindelijk, de afscheiding was onvermijdelijk. Het teleurstellende verlies dreef de Nederlanders ertoe hun helden in deze strijd op een hoger voetstuk te plaatsen dan ze verdienden. Van Speijks beroemd geworden woorden waren heldhaftiger dan zijn daad: het opblazen van zijn schip in de Antwerpse haven getuigde eerder van impulsief gedrag.